Nederlanders in Japan - na 1853
Als de Amerikaanse commandant Perry in 1853 met veel machtsvertoon in de baai van Edo
verschijnt beseft de shôgun dat Japan snel gemoderniseerd moet worden en roept later
Nederland te hulp voor het opbouwen van een Japanse marine en het bouwen van stoomschepen.
De Nederlandse regering biedt het raderstoomschip Soembing (Kwanko Maru of Vuurschip) aan.
De Nederlanders bouwen een machinefabriek, zetten een marineschool op en leiden Japanse
marine officieren op. De Japanners worden enthousiast en bestellen een stoomschip in
Nederland (nadat Amerika het niet had aangedurfd wegens de burgeroorlog aldaar). Het moest
een schroefstoomschip zijn (dus geen raderboot), groter dan ooit was gebouwd in Nederland.
Het stoomschip (Kaiyo Maru of Dageraad) werd gebouwd op de werf "De
Merwede" van Gips en Zonen te Dordrecht en liep in het najaar van 1865 van stapel.
Via Kaap de Goede Hoop en Australië voer men naar Japan.
In Japan was de toestand inmiddels zeer verward geworden. De positie van de Tokugawa
shôgun was behoorlijk verzwakt en globaal kan men stellen dat er nu drie stromingen actief
waren:
Een groep die de wereldlijke macht van de keizer weer terug wilde
Een groep die alle buitenlanders het land uit wilden hebben en
Een groep die Japan juist open wilden stellen voor de buitenlanders
en een mengvorm van de eerste twee groepen.
De shôgun probeerde hier tussendoor te laveren, maar wilde eigenlijk de situatie, handel
met alleen Nederland en China, handhaven omdat hem dit direct veel geld opleverde. Met dit
geld kon hij weer de andere leenheren beter onder controle houden
Hierdoor was de situatie zeer explosief en dat merkte de bemanning van het Nederlandse
schip "Medusa" dat op 15 maart 1863 bij Nagasaki arriveerde. Het was de leenheer
van Choshu (prins van Nagato) die in opstand kwam. Zijn grondgebied grensde aan de straat
van Shimonoseki. Toen de Medusa later op 11 juli langs Shimonoseki voer werd het beschoten
door Japanse kustbatterijen en Japanse schepen. Er vielen vier doden en een aantal
gewonden. De internationale mogendheden zouden op 5 en 6 september wraak nemen. Britse,
Nederlandse, Franse en Amerikaanse schepen versloegen uiteindelijk de prins van Nagato.
In de periode 1872-1903 verrichtten een aantal Nederlandse ingenieurs baanbrekend werk
op het gebied van waterbeheer (tegenwoordig heet dit watermanagement) in Japan. Er werden
kanalen aangelegd om land te kunnen bevloeien, sluizen gebouwd en er wordt een vast
peilniveau bepaald, een soort NAP.
Ingenieurs die daar gewerkt hebben waren o.a.: C.J. van Doorn, I.A. Lindo, J. de
Rijke, G.A. Escher (de vader van de graficus M.C. Escher) en J.A. Kalis. De meesten
blijven er er een paar jaar, alleen Johannis de Rijke verblijft er 30 jaar, van 1873-1903.
In Japan worden deze ingenieurs nog steeds geëerd maar in Nederland is het een
redelijk onbekende periode in de geschiedenis van de Nederlanders in Japan. Deze periode
is recent weer opgehaald door Louis van Gasteren, met het boek "In een
Japanse stroomversnelling" (met bijdragen van vele anderen) en een
gelijknamige film.
Links
Literatuur |