Klik hier, als links het navigatiemenu ontbreekt. |
|
![]() |
Een schoonmaakploeg staat klaar bij een shinkansen. |
1. Het is een zeldzaam schoon land. Stations, treinen,
trottoirs, openbare gebouwen, wegen, straten, openbare toiletten, alles is er schoon. In
welk land pakt een witgehandschoende conducteur in de trein een klein papiertje van de
grond en gooit dit in een afvalbak? Kan iemand zich dat voorstellen in één van de
NS-treinen? Treinen worden bij het eindpunt door een schoonmaakploeg onderhanden genomen.
Niet door twee mensen, maar bij een lange trein als de shinkansen staan voor
elke deur
één of twee mensen klaar om alles schoon te maken. Op de foto rechts staat een
schoonmaakploeg in keurige roze pakjes klaar om de trein te gaan schoonmaken. Met kleine
handstoffertjes worden de stoelen schoongemaakt, terwijl de reiziger er in de trein er
sowieso al geen bende van maakt. Niemand gooit zomaar wat op de grond. Iedereen doet z'n
afval in de beschikbare afvalbakken. Het unieke zit 'm ook in het feit dat deze netheid
niet door maatregelen of wetten wordt afgedwongen, maar een onderdeel van de volksaard is.
2. Het is een zeer veilig land. Het is een verademing voor een westerling
om in Japan rond te lopen en niet steeds om je papieren of geld te hoeven denken. Je kunt
er rustig met een open tas lopen met alle spullen, als portemonnee en mobiele telefoon, er
in. In een restaurant kun je je spullen, zoals je jas met al je papieren, gewoon laten
liggen en even naar het toilet gaan. Niemand zal iets wegnemen. In Japan is het niet
ongewoon om met veel contant geld op zak te lopen, misschien omdat dit min of meer
noodzakelijk is vanwege de geringe pinfaciliteiten in de winkels, maar vooral omdat de
kans op diefstal minimaal is. De vakantieganger zou dus bijvoorbeeld vanuit Nederland gewoon
contant geld voor de hele reis met zich mee kunnen nemen. Het enige risico is dan gewoon
verlies, maar als je een beetje uitkijkt, is verlies toch niet nodig. Men kent er
namelijk weinig grote of kleine criminaliteit. Natuurlijk gebeurt er ook in
Japan wel het een en ander en is de Japanse maffia, de yakuza, daar wel
actief, maar dat is een criminaliteit waar de toerist eigenlijk nooit mee in
aanraking komt. De (kleine) straatcriminaliteit zal men daar nauwelijks
aantreffen, alle (drank)automaten, en dat moeten er duizenden
zijn in Japan, werken altijd en zien er piekfijn uit. Nooit wordt er iets vernield.
3. Het is een hygiënisch land. Veel Japanners gaan minimaal 1 x per dag
in bad. Als het enigszins kan gaat men wel 2 of 3 x per dag. Men kent van oudsher een
uitgebreide badcultuur. Als men verkouden is, doet men een mondkapje voor. Japan kent geen
risicogebieden. Bij een reis naar Japan zijn vaccinaties en het slikken van malariapillen
dan ook niet nodig.
4. De mensen zijn zeer vriendelijk en hulpvaardig, ook in winkels. Als je
als buitenlander ergens een tijdje staat omdat je iets niet begrijpt, komt er binnen de
kortste keren iemand op je af om te vragen of ze kunnen helpen. Weet hij of zij het ook
niet, dan wordt er iemand bijgehaald. Men is zeer hulpvaardig en in de winkels is men zeer
servicegericht. Stationsbeambten, winkelpersoneel, ieder doet zijn best om de klant
(Japanner of buitenlander) op correcte wijze te helpen. Men zal z'n uiterste best doen om
de klant een antwoord te geven, anders dan 'ik weet het niet'. In Japan is een klant nog
steeds koning. Er wordt nooit gesnauwd en men is altijd zeer respectvol tegenover de
medemens.
Een conducteur die in de shinkansen een wagon binnenkomt om de kaartjes te controleren,
zal zich eerst uitgebreid verontschuldigen voor het feit dat komt storen. Bij het verlaten
van de wagon volgt meestal een identiek ritueel.
5. Men is zeer secuur en alles rijdt op tijd. De treinen en bussen rijden
stipt op tijd, men ziet dit als een teken van respect tegenover de passagier. Een
machinist of buschauffeur houdt de klok scherp in de gaten en op de seconde nauwkeurig
rijdt hij weg.
Als je lange tijd in Japan gewoond hebt en je keert terug naar Nederland, moet je
constateren dat onze maatschappij voor een deel behoorlijk verziekt is. Het is dan
natuurlijk ook niet verwonderlijk dat een ietwat naïeve Japanner die hier op bezoek komt,
een geweldige cultuurschok zal ondergaan.
Mede door het bewaren van oude gewoontes en tradities en tegelijkertijd
het invoeren van de modernste technieken is Japan het land van de grote contrasten, zoals
ook Ruth Benedict omschrijft in haar beroemde boek "The Chrysanthemum and the
Sword". Het land van "enerzijds maar ook anderzijds". Enerzijds is de
Japanner zeer beleefd en onderdanig maar anderzijds kan hij zeer onbeschaamd en
aanmatigend zijn. Enerzijds heeft de Japanner een grote liefde en eerbied voor de natuur,
maar anderzijds kan hij achteloos met de natuur omspringen en behoort Japan tot de groep
van grote milieuvervuilers. Enerzijds is men star en zeer conservatief anderzijds is men
zeer gewillig en bereid nieuwe gewoontes en technieken in te passen. Enerzijds hangt men
nog zeer aan het traditionele eten maar anderzijds is ook de "hamburger
cultuur", met name bij de jeugd, populair. Dit laatste is een duidelijk gevolg van de
grote invloed die Amerika (mede door de bezetting van Japan na de Tweede Wereldoorlog)
heeft gehad en nog heeft, denk aan de populariteit van honkbal in Japan. Men ziet hier ook
weer de bereidheid terug om andere gewoontes over te nemen, aan te passen en te
integreren, maar wel steeds met behoud van de eigen cultuur. De adaptatie van het boeddhisme in het shintoïsme
en de integratie van de Chinese (hof)cultuur zijn hier goede voorbeelden van, evenals het
overnemen van de Chinese karakters voor het Japanse schrift, met de noodzakelijke
aanpassingen, die later volgden. Ook het overnemen van westerse kleren en gewoontes na de
openstelling van Japan toont deze bereidheid. Deze openstelling voor buitenlanders werd
afgedwongen door de Amerikanen in 1854. Na deze openstelling heeft Japan tijdens de Meiji
restauratie (waarbij de keizer weer het hoofd van de natie werd i.p.v. de shôgun) weer
zeer veel westerse zaken binnengehaald en heeft zijn leger op westerse (Duitse) leest
geschoeid, ook al omdat Japan een krachtige invloedrijke natie in Azië wilde zijn en zich
vergeleek met de grote westerse mogendheden.
Eén van de laatste adaptaties is die van productietechnieken en kwaliteitscontroles
geweest, die men, naar eigen zeggen, van de Amerikanen heeft geleerd. Door deze consequent
toe te passen hebben de Japanse producten tegenwoordig een zeer goede naam gekregen. Denk
hierbij maar aan de Japanse auto's en camera's, die kwalitatief zeer goed zijn.
Na de Tweede Wereldoorlog, nog tijdens de Amerikaanse bezetting, is Japan, mede door de
hierboven genoemde productietechnieken en kwaliteitscontroles, met een geweldige
inhaalslag begonnen, die uiteindelijk resulteerde in een Japan als grote economische
macht. Hiermee is Japan nu één van de belangrijkste landen geworden op het wereldtoneel.
Dit is heel lang een grote droom geweest en is dus uiteindelijk gelukt, maar wel op het
economisch vlak.
Japan is wel het land van de kopieerders genoemd en dat is weliswaar terecht geweest
(vanuit onze optiek gezien) maar ook dat dient mede bekeken te worden vanuit de Japanse
cultuur. Bij ons is het gebruikelijk om geleerde technieken in de praktijk te brengen,
maar daarbij is vooral de eigen creativiteit een voorwaarde om nieuwe wegen in te slaan en
zo voortdurend te vernieuwen. In de eeuwenoude Japanse traditie is het evenaren van
"de meester" het ultieme doel, hetgeen alleen bereikt kan worden door onder zijn
leiding hard te studeren en jarenlang praktische ervaring op te doen.
Een feit is ook dat de meeste uitvindingen uit de westerse wereld komen maar dat Japan de
toepassingsmogelijkheden beter inziet. Een bekend voorbeeld is de transistor. De
uitvinders waren Amerikanen maar die zagen op dat ogenblik weinig emplooi voor deze nieuwe
ontwikkeling. Het waren de Japanners die dat wel zagen en uit die hoek kwamen ook de
meeste nieuwe toepassingen, zoals de transistorradio en walkman.